Geen categorie

Spelregels bij de toekenning van cheques in uitvoering van het sectoraal akkoord

Aangezien wij op dit moment heel wat vragen toegestuurd krijgen rond de uitvoering van het sectoraal akkoord hebben wij besloten jullie wat extra informatie te bezorgen inzake de mogelijke toekenning van “allerhande cheques” zoals voorzien in het sectoraal akkoord, meer specifiek voor wat betreft de ecocheques, handelaarsbonnen (geschenkencheques) en de consumptie/horecacheques zoals aangekondigd in de pers.


Ecocheques

Een aantal besturen wensen ecocheques toe te kennen als koopkrachtmaatregel, maar vragen zich af op welke manier ze dit voordeel dienen te berekenen en welke afwezigheden gelijkgesteld worden om het bedrag te bepalen. Daarnaast stelt zich de vraag hoe er met in- en uitdiensttredingen dient omgegaan te worden.

Noch het Sectoraal Akkoord zelf , noch het Vlaamse Besluit Rechtspositiebepaling (7 december 2007), bevatten bepalingen inzake de concrete (pro rata) berekening van deze cheques, gezien dit een federale aangelegenheid betreft.

Voor wat betreft de toekenning en berekening van de ecocheques kan wel verwezen worden naar de modaliteiten zoals ze omschreven zijn in CAO nr. 98 van 20 februari 2009 (inclusief latere wijzigingen). Deze CAO bevat wel concrete bepalingen betreffende de berekening van de ecocheques voor de private sector .

Hoewel deze CAO niet van toepassing is voor de openbare sector verwijst de RSZ uitdrukkelijk naar de toepassingsmogelijkheid van deze CAO in haar administratieve instructies:

“Lokale besturen kunnen bijgevolg in gelijkaardige toekenningsomstandigheden als werkgevers die vallen onder de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en paritaire comité gebruik maken van ecocheques vrij van socialezekerheidsbijdragen.”

De minimale toekenningsvoorwaarden voor de ecocheques zijn volgens CAO nr. 98 de volgende:

1.      Ecocheques dienen ten minste pro rata berekend te worden voor de personeelsleden die in de loop van het kalenderjaar in of  in dienst of uit dienst zijn getreden van het bestuur. Er moet dus steeds gewerkt worden met een referteperiode en deze dient in principe overeen te komen met het kalenderjaar;

2.      De gewone inactiviteitsdagen die tussen twee tewerkstellingsperiodes liggen moeten in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de duur van de tewerkstellingsperiode. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer feestdagen of weekends zich tussen twee tewerkstellingsperiodes bevinden in het kader van twee opeenvolgende tewerkstellingen voor bepaalde duur.

3.      In geval van afwezigheden, gebeurt de berekening van het aantal toe te kennen ecocheques op z’n minst rekening houdend met het aantal dagen waarvoor de betrokken personeelsleden salaris gekregen hebben, d.w.z., de feestdagen, de dagen arbeidsongeschiktheid gedekt door een gewaarborgd loon (zowel arbeiders als bedienden) /ziekteverlof voor statutairen,  het omstandigheidsverlof waarvoor het salaris behouden blijft, enz.

4.      Alleszins worden alle periodes van jaarlijkse vakantie gelijkgesteld voor de berekening, ongeacht of deze dagen gedekt worden door vakantiegeld of niet. Het gaat hier niet enkel om de wettelijke vakantiedagen, maar ook om de dagen waarvoor een “jeugdvakantie-uitkering” of een “seniorvakantie-uitkering” verkregen wordt en de aanvullende (Europese) vakantiedagen.

5.      Bovendien worden de dagen moederschapsverlof als bedoeld in artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971 eveneens gelijkgesteld met gewerkte dagen.

6.      Als de waarde van de aan een personeelslid toe te kennen ecocheques minder dan 10 EUR bedraagt, dan heeft het bestuur bovendien de keuze om:

a.      ofwel de ecocheques toe te kennen;

b.      ofwel het bedrag, verhoogd met 50%, toe voegen aan het brutosalaris.

Deze bepalingen vormen een minimum. Het is mogelijk om een gunstigere berekeningswijze te voorzien, d.w.z. een berekeningswijze die rekening houdt met andere afwezigheden.

Het gelijkheidsbeginsel en wet op de non-discriminatie leren ons bovendien dat personeelsleden die deeltijds tewerkgesteld worden minstens recht hebben op het voordeel “in verhouding tot hun deeltijdse prestaties”.  Tot slot mag de toekenning van ecocheques niet voorbehouden worden aan personeelsleden met een contract van onbepaalde duur.


Handelaarsbonnen (Geschenkencheques) en consumptie/horecacheques

In de pers werd de mogelijkheid reeds aangekondigd voor elke werkgever (privé en openbare sector) om te voorzien in de toekenning van 300 EUR aan consumptie/horecacheques voor 2020.  

De cheques zouden sociaal en fiscaal vrijgesteld zijn en zijn bijgevolg eveneens geschikt om toe te kennen ter uitvoering van één van de voorziene maatregelen in het sectoraal akkoord (als inhaaltoelage voor de maaltijdchequeverhoging van 100 EUR per VTE of als koopkrachtverhoging van 200 EUR per VTE).

Op 17 juli 2020 verscheen de definitieve tekst van het Koninklijk Besluit in het Belgisch Staatsblad, al zal er binnenkort nog een kleine wijziging van de wetgeving gepubliceerd worden (betreft de toevoeging van de kleinhandelszaken aan de regeling en de elektronische vorm van de cheques).

Volgens de op dit moment goedgekeurde regeling moeten deze consumptiecheques voldoen aan volgende voorwaarden;

  • De cheques moeten ten laatste op 31/12/2020 toegekend zijn;
  • De cheques zijn maximaal 12 maanden geldig, van 8 juni 2020 (datum heropening horeca) tot en met 7 juni 2021;
  • Een cheque mag een maximale waarde van 10 euro hebben en het bestuur mag een personeelslid maximaal 300 euro aan cheques toekennen;
  • De cheque mag noch geheel noch gedeeltelijk omgeruild worden in geld;
  • De cheque wordt op naam van het personeelslid afgeleverd.

Daarnaast zouden deze consumptiecheques enkel kunnen besteed worden in de horecasector, de “fysieke” micro kleinhandelszaken (winkels, maar ook kappers of andere leveranciers van diensten) voor zover ze langer dan één maand gesloten geweest zijn door de coronacrisis, de culturele sector wanneer de instelling erkend, goedgekeurd of gesubsidieerd wordt door de bevoegde overheid of bij de sportverenigingen voor wie een federatie erkend of gesubsidieerd door de gemeenschappen, bestaat of die tot een van de nationale federaties behoort.

De consumptiecheques kunnen zowel op papier als elektronisch (na publicatie tekst) uitgegeven worden.

Voor de uitgevers van de elektronische consumptiecheque zouden dezelfde voorwaarden gelden als deze van de maaltijdcheques en ecocheques. Tot slot werd nog bepaald dat iedereen die de opgesomde voorwaarden respecteert de consumptiecheque in papieren versie kan uitgeven. Dat kan bijvoorbeeld zijn: een lokaal bestuur, de werkgever zelf, een andere onderneming of een uitgever van gelijkaardige cheques. De besteding van de cheques die uitgegeven zijn door een lokaal bestuur, kan geografisch beperkt worden.

De reeds uitgegevenlokale handelaarsbonnen” vallen onder de bestaande regeling van de geschenkcheques die beperkt kunnen worden en ingeruild bij de plaatselijke handelszaken.  

Het bestuur kan deze geschenkencheques aan het personeel aanbieden voor een maximumbedrag van 40 euro per jaar per personeelslid (+ eventueel verhoogd met 40 EUR per kind ten laste) en slechts naar aanleiding van 3 gebeurtenissen, nl. Nieuwjaar, Sinterklaas en Kerstmis.

Een lokaal bestuur zou evenwel kunnen beslissen om op basis van de nieuwe regelgeving nominatieve consumptiecheques nog dit jaar aan het personeel te geven voor een maximumbedrag van 300 EUR.

  • Haal meer
    uit uw
    personeelsbeleid
  • * Dynamische helpdesk
    * Onderbouwd advies van experten
    * Persoonlijke en actieve participatie

Nood aan een persoonlijke, efficiënte oplossing voor uw probleem?

Ons team van experten hoort graag meer van u
CONTACTEER ONS

Juridisch advies dat werkt.